Je brein begrijpt zichzelf niet

Stel je voor: je hele leven heb je gewoond in een kamer zonder kleuren. Zwart, wit, grijs. Je hebt alles gelezen wat er te lezen valt over de kleur rood. De golflengte, 700 nanometer. De reactie van kegeltjes in het netvlies. Welke hersengebieden actief worden, hoe lang de signaalverwerking duurt, welke emoties rood oproept bij mensen wereldwijd. Je weet het allemaal.

En dan, op een dag, verlaat je de kamer. En voor het eerst in je leven zie je rood.

Leer je op dat moment nog iets nieuws?

De meeste mensen voelen intuïtief: ja. En precies dat gevoel is het grootste onopgeloste raadsel in de wetenschap.

Het probleem dat geen hersenscan oplost

In 1982 bedacht de filosoof Frank Jackson dit gedachte-experiment, bekend als Mary's Room. Op het moment dat Mary de kamer verlaat en rood ziet, leert ze iets wat geen boek haar kon geven: hoe het voelt om rood te zien.

De filosoof David Chalmers gaf dit fenomeen in 1995 een naam: the hard problem of consciousness, het moeilijke probleem van bewustzijn. Hij maakte een onderscheid tussen twee soorten vragen over de geest.

De "makkelijke" vragen, en die zijn bepaald niet simpel, zijn vragen als: hoe verwerkt het brein informatie? Hoe stuur je aandacht aan? Hoe coördineer je gedrag? Die vragen zijn in principe oplosbaar. Genoeg onderzoek, genoeg technologie, en de antwoorden komen.

Maar dan is er de vraag die al die neurale activiteit niet verklaart: waarom is er überhaupt iets dat het voelt zoals het voelt om jou te zijn? Pijn is niet alleen een elektrisch signaal, het doet ergens pijn. Muziek is niet alleen frequenties, ze raakt je. Die binnenste, subjectieve kant van ervaring heet in de filosofie qualia, en die weigeren netjes in een hersenmodel te passen.

Niet iedereen deelde die overtuiging. De filosoof Daniel Dennett verdedigde zijn hele carrière een radicaal andere positie: qualia bestaan helemaal niet, althans niet zoals filosofen ze beschrijven. Ons gevoel dat er een rijke binnenwereld is die wetenschap nooit volledig kan vangen, is volgens hem een vergissing, een gebruikersillusie van het brein. Net zoals je besturingssysteem je een bureaublad toont dat handig maar niet letterlijk is, toont je brein jou een zelf dat praktisch maar niet fundamenteel is. Het hard problem is dan geen raadsel dat wacht op een oplossing, maar een vraag die verdampt zodra je hem goed genoeg begrijpt.

Het is een serieuze positie, verdedigd met grote scherpzinnigheid. Maar critici wezen er steevast op dat Dennett daarmee de meest fundamentele vraag, waarom er überhaupt iets is dat ergens naar voelt, niet zozeer beantwoordde als omzeilde. De ervaring zelf blijft.

Wat je brein de hele dag doet zonder dat je het weet

Probeer dit eens. Stop even met lezen en let de komende tien seconden op wat er in je hoofd gebeurt als je niets doet.

Dat gestroom van gedachten, plannen en herinneringen heeft voor een groot deel te maken met het Default Mode Network, kortweg het DMN. Dit hersennetwerk is actief wanneer je niet gericht bezig bent met een externe taak, en speelt een belangrijke rol in zelfbeleving, autobiografisch geheugen en het vermogen om je in anderen te verplaatsen. Kort gezegd: het is nauw betrokken bij het gevoel van een "ik" te zijn.

En precies daar wordt de verbinding met het hard problem interessant. Want wat gebeurt er als dat netwerk tijdelijk uitvalt?

Neurowetenschapper Robin Carhart-Harris, hoogleraar aan de University of California San Francisco, ontdekte iets opmerkelijks in zijn hersenscans van mensen die psilocybine hadden ingenomen: het DMN werd aanzienlijk minder actief. Tegelijkertijd nam de entropie van hersenactiviteit toe. Er ontstonden verbindingen tussen hersengebieden die normaal nauwelijks met elkaar communiceren. Het brein werd tijdelijk minder voorspelbaar en veel flexibeler. Deelnemers beschreven ingrijpende veranderingen in hun zelfbeleving, niet als bijwerking, maar als kern van de ervaring.

Je ego is een voorspelling

In 2019 publiceerden Carhart-Harris en de Britse neurowetenschapper Karl Friston het REBUS-model, Relaxed Beliefs Under Psychedelics. Friston is bekend van de zogenaamde vrije energie-theorie, een invloedrijk raamwerk dat het brein beschrijft als een machine die voortdurend probeert verassingen te minimaliseren. De kern van REBUS is elegant.

Je brein is geen passieve ontvanger van de werkelijkheid. Het is een actieve voorspellingsmachine die voortdurend verwachtingen projecteert op wat je zintuigen registreren. Inclusief verwachtingen over wie jij bent. Dat model van jezelf, je ego, zit bovenaan de hiërarchie en kleurt alles wat je waarneemt.

Psilocybine verzwakt die bovenste laag tijdelijk. Signalen die normaal worden weggefilterd omdat ze niet passen in je bestaande zelfverhaal, krijgen plotseling veel meer ruimte. Het resultaat? Mensen ervaren hun "ik" als iets dat oplost.

En toch neemt iemand het waar.

Wie ben jij als je jezelf wegdenkt?

Probeer het eens. Denk je naam weg. Dan je herinneringen. Dan je lichaam. Wat blijft er over?

De meeste mensen stuiten op iets merkwaardigs: er is nog steeds iets dat waarneemt, ook als de inhoud van het zelf verdwijnt. De filosoof Thomas Metzinger werkte dit idee uit in zijn invloedrijke boek Being No One: het zelf is geen ding maar een model, een dynamische constructie van je brein om grip te houden op een complexe werkelijkheid. Normaal is dat model zo stabiel dat je er gewoon doorheen kijkt, zonder het ooit te zien.

Tijdens een diepe psilocybine-ervaring valt het model tijdelijk weg. Wat overblijft is precies wat het hard problem zo hardnekkig maakt: er is nog steeds ervaring, maar de gebruikelijke drager ervan is verdwenen. Dat is geen mystiek, dat is fenomenologie als directe data.

De neurowetenschapper en filosoof Francisco Varela pleitte hier al vroeg voor. Samen met Evan Thompson en Eleanor Rosch legde hij in de jaren negentig het fundament voor de neurophenomenologie: de overtuiging dat eerste-persoonservaringen niet als bijverschijnsel maar als volwaardige wetenschappelijke data moeten worden behandeld, naast objectieve hersenmetingen. Psilocybine maakt die ervaringen buitengewoon scherp en daarmee uitzonderlijk bruikbaar voor bewustzijnsonderzoek.

Het raadsel blijft

Psilocybine lost het hard problem niet op. Dat doet vooralsnog geen enkele theorie. De Integrated Information Theory van Giulio Tononi, de Global Workspace Theory van Stanislas Dehaene, het predictive processing-framework, het zijn stuk voor stuk serieuze pogingen, elk met hun eigen open vragen.

Maar psychedelisch bewustzijnsonderzoek doet iets wat hersenscans alleen niet kunnen: het geeft je een directe, lijfelijke ontmoeting met de breekbaarheid van je eigen bewuste zelf. Mary leerde wat rood is door het te zien. Misschien leer je iets over bewustzijn door even te ervaren hoe het is als het gewone "jij" even op pauze gaat.

Bronnen

  • Chalmers, D.J. (1995). Facing up to the problem of consciousness. Journal of Consciousness Studies, 2(3), 200-219.

  • Jackson, F. (1982). Epiphenomenal qualia. The Philosophical Quarterly, 32(127), 127-136.

  • Dennett, D.C. (1991). Consciousness Explained. Little, Brown and Company.

  • Carhart-Harris, R.L. et al. (2014). The entropic brain: a theory of conscious states informed by neuroimaging research with psychedelic drugs. Frontiers in Human Neuroscience, 8, 20.

  • Carhart-Harris, R. & Friston, K. (2019). REBUS and the anarchic brain. Pharmacological Reviews, 71(3), 316-344.

  • Metzinger, T. (2003). Being No One. MIT Press.

  • Varela, F., Thompson, E. & Rosch, E. (1991). The Embodied Mind. MIT Press.

Vorige
Vorige

Je brein hallucineert. Ook nu.

Volgende
Volgende

Psilocybine vs nicotinepleister bij stoppen met roken