Je hersenen begrijpen zichzelf niet

Stel je voor: neurowetenschappers meten tot op de milliseconde nauwkeurig welke hersencellen vuren als jij naar een rode appel kijkt. Ze zien de activiteit in je visuele cortex, traceren de signaalroutes, kennen de betrokken neurotransmitters. En toch kunnen ze jou niet vertellen waarom dat allemaal gepaard gaat met de beleving van rood zien. Dat kleine woord, beleving, is het grootste onopgeloste raadsel in de wetenschap. En psilocybine gooit er een verrassend helder licht op.

Twee soorten vragen

In 1995 maakte de Australische filosoof David Chalmers een onderscheid dat de neurowetenschappen sindsdien bezighoudt. Hij noemde het het "hard problem of consciousness", het harde probleem van bewustzijn.

De "makkelijke" problemen zijn vragen als: hoe verwerkt het brein informatie? Hoe stuur je aandacht aan? Hoe coördineer je gedrag? Die vragen zijn enorm complex, maar in principe oplosbaar. Genoeg onderzoek, genoeg technologie, en de antwoorden komen.

Maar dan is er de vraag die al die neurale activiteit niet verklaart: waarom is er überhaupt iets dat het voelt zoals het voelt om jij te zijn? Pijn is niet alleen een elektrisch signaal, het doet ergens pijn. Muziek zijn niet alleen frequenties, ze raken je. Die binnenste, subjectieve kant van je ervaring heet in de filosofie qualia, en die weigeren netjes in een hersenmodel te passen.

De filosoof Thomas Nagel verwoordde het in 1974 op een manier die je hoofd doet tollen: er is iets dat het is om een vleermuis te zijn. De echolocatie van een vleermuis is biologisch volledig beschreven. Maar hoe het voelt om zo de wereld te navigeren, daar kom je met geen enkel meetinstrument achter.

Wat gebeurt er eigenlijk in je hoofd?

Hier wordt het echt interessant. Neurowetenschapper Robin Carhart-Harris van Imperial College London ontdekte iets opvallends toen hij hersenscans maakte van mensen die psilocybine hadden ingenomen: het Default Mode Network, het DMN, werd een stuk minder actief.

Wat is dat, het DMN? Dat is het hersennetwerk dat aanspringt als je niets specifieks doet, als je dagdroomt, nadenkt over jezelf, je toekomst plant, of je eigen levensverhaal bijhoudt. Kortom: het netwerk dat grotendeels verantwoordelijk is voor je gevoel van een "ik" te zijn.

Tegelijkertijd nam de zogenaamde entropie van hersenactiviteit toe: er ontstonden verbindingen tussen hersengebieden die normaal nauwelijks met elkaar praten. Het brein werd tijdelijk minder voorspelbaar, en veel flexibeler. En de mensen in de scanner? Die beschreven ingrijpende veranderingen in hun zelfbeleving. Niet als bijwerking, als kern van de ervaring.

Het brein als voorspellingsmachine

In 2019 publiceerden Carhart-Harris en de bekende Britse neurowetenschapper Karl Friston een theorie die flink wat stof deed opwaaien: het REBUS-model (Relaxed Beliefs Under Psychedelics). De kern is eigenlijk heel elegant.

Je brein is geen passieve ontvanger van wat je zintuigen registreren. Het is een actieve voorspellingsmachine. Het projecteert voortdurend verwachtingen op de werkelijkheid, inclusief verwachtingen over wie jij bent. Dat model van jezelf, je ego, zit als het ware bovenaan de hiërarchie en kleurt alles wat je waarneemt.

Psilocybine verzwakt die bovenste laag tijdelijk. Bottom-up signalen, ruwe zintuiglijke informatie, onverwachte verbindingen, ervaringen die niet in je bestaande zelfverhaal passen, krijgen plotseling veel meer ruimte. Het resultaat? Mensen ervaren hun "ik" als iets dat oplost. En toch... neemt iemand het waar.

Wat blijft er over als jij verdwijnt?

Precies dat is wat het hard problem zo levendig maakt in een psilocybine-context. De filosoof Thomas Metzinger, auteur van Being No One, stelt al jaren dat het zelf geen ding is maar een model, een dynamische constructie van je brein om grip te houden op een complexe werkelijkheid. Normaal is dat model zo stabiel dat je er gewoon doorheen kijkt, zonder het ooit te zien.

Tijdens een diepe psilocybine-ervaring valt het model tijdelijk weg. Maar er blijft iets over dat waarneemt. Dat is geen mystiek, dat is fenomenologie: eerste-persoonservaring als serieuze, directe data over de aard van bewustzijn.

Onderzoekers als Francisco Varela pleitten al decennialang voor het serieus nemen van zulke ervaringen naast objectieve hersenmetingen. Niet als vervanging, maar als aanvulling. Psilocybine maakt die ervaringen buitengewoon scherp: de grenzen van het zelf vervagen, de scheiding tussen waarnemer en waargenomene lost op, de beleving van tijd verandert fundamenteel.

Het raadsel blijft

Laat je niet misleiden: psilocybine lost het hard problem niet op. Dat doet vooralsnog geen enkele theorie. De Integrated Information Theory van Giulio Tononi, de Global Workspace Theory van Stanislas Dehaene, het predictive processing-framework, het zijn stuk voor stuk serieuze pogingen, elk met hun eigen open vragen.

Maar psychedelisch bewustzijnsonderzoek doet iets wat hersenscans alleen niet kunnen: het geeft je een directe ontmoeting met de breekbaarheid van je eigen bewuste zelf. Niet als abstracte gedachte-oefening, maar als werkelijke, lijfelijke ervaring. En dat gegeven trekt onderzoekers, filosofen én mensen die zo'n sessie hebben meegemaakt steeds meer naar hetzelfde vraagstuk.

En misschien is het wel het wonderlijkste feit van allemaal: je brein doet dit al je hele leven, zonder dat je het ooit doorhebt.

Bronnen

  • Chalmers, D.J. (1995). Facing up to the problem of consciousness. Journal of Consciousness Studies, 2(3), 200-219.

  • Nagel, T. (1974). What is it like to be a bat? The Philosophical Review, 83(4), 435-450.

  • Carhart-Harris, R.L. et al. (2017). The entropic brain. Frontiers in Human Neuroscience.

  • Carhart-Harris, R. & Friston, K. (2019). REBUS and the anarchic brain. Pharmacological Reviews, 71(3), 316-344.

  • Metzinger, T. (2003). Being No One. MIT Press.

  • Varela, F., Thompson, E. & Rosch, E. (1991). The Embodied Mind. MIT Press.

Volgende
Volgende

Psilocybine vs nicotinepleister bij stoppen met roken